Zwarte sterns bijna verdwenen uit het IJsselmeergebied en de Waddenzee

Tot meer dan 100.000 zwarte sterns gebruikten eind vorige eeuw het IJsselmeergebied en de Waddenzee als tussenstop onderweg naar Afrika. De gigantische zwermen die destijds in de nazomer over het water vlogen, behoorden tot een van de bijzonderste natuurfenomenen van Nederland. Meer dan 40 jaar lang telden vrijwilligers ze trouw. Tegenwoordig gaan ze op pad voor een fractie van deze aantallen.

Zwarte sterns broeden in kleine aantallen in Nederlandse zoetwatermoerassen, maar in centraal Europa en Rusland zijn ze nog erg talrijk. Al deze Europese zwarte sterns overwinteren voor de kust van West-Afrika. Voordat ze daarheen gaan, pleisteren ze in de periode juli-september zowel in zoute, brakke als zoete wetlands langs de kusten van Europa. De piekaantallen zijn eind juli en begin augustus aanwezig. Ze ruien een deel van hun veren en slaan vetreserves op voor de reis. Op de meeste plekken verblijven er hooguit een paar duizend op doortrek. Het IJsselmeer- en Waddengebied is echter vermaard om de exceptioneel hoge aantallen. Zo ontdekten vogelaars in 1980 dat hier meer dan 80.000 exemplaren verbleven. Overdag foerageren de zwarte sterns op het open water, tot ver uit de kust. Ze eten in de nazomer hoofdzakelijk kleine scholenvisjes. In de avond verzamelen ze zich op gezamenlijke slaapplaatsen, zoals zandige eilanden en wadplaten. Dat is het beste moment om ze te tellen.

Vrijwilligers registreerden enorme afname
Na de ontdekking van deze enorme aantallen is een telprogramma gestart. In de eerste jaren telde men één of twee keer in de piekperiode en vanaf 1989 wekelijks. In de loop der jaren gebruikten de sterns diverse slaapplaatsen, zoals het Balgzand, De Kreupel en vanaf 2000 sliepen ze ook op diverse nieuwe eilanden in het Markermeer. Sommige plekken telden we vanaf de oever, maar veel plekken waren alleen per boot bereikbaar. In de middag erheen varen en in het donker terug dus.

In een recent artikel in Limosa evalueren we meer dan veertig jaar tellingen. Helaas registreerden we een enorme afname. Zo werden in 1990 op één avond nog 120.000 zwarte sterns geteld. De afgelopen tien jaar kwamen de maximale aantallen niet meer boven de 10.000. In 2022 zelfs kortstondig maar 6.000. We stelden tevens vast dat niet alleen de maximale aantallen afnamen, maar ook de gemiddelden. Dus de sterns waren de gehele nazomerperiode schaarser. Deze afname zette in rond 1998. Het aandeel jonge sterns in de nazomer veranderde overigens niet al die jaren. Er is dan ook geen aanwijzing dat de dalende trend werd veroorzaakt door een lager broedsucces in centraal Europa of Rusland.

Afname spieringen is de oorzaak
Hoewel de sterns op de bepaalde momenten profiteerden van dansmuggenpieken, jonge haringen, sprotten of garnalen, waren spieringen veruit de belangrijkste prooien in alle jaren. De afname van de zwarte sternpopulatie correleert dan ook zeer sterk met het ineenstorten van de aantallen spieringen.

Spieringen zijn scholenvissen die in februari-maart van zout naar zoet water trekken om te paaien. Sinds de aanleg van de Afsluitdijk is het erg moeilijk voor spieringen om van de Waddenzee naar het zoete water te zwemmen. Wel bleek dat de ‘opgesloten’ spieringen in staat waren om jaarrond in enorme aantallen in het zoete water te blijven leven. Spieringen leven in relatief koud water en waarschijnlijk is door het warmer wordende water in het IJsselmeer, de spieringpopulatie sinds 1990 voortschrijdend in omvang afgenomen.

Lees het gehele artikel op de bron: Nature Today

EOC
BBZ