Chartervaart kampt met vergrijzing en milieueisen; velen zullen stoppen

De ‘zeilende beroepsvaart’ – vroeger de bruine vloot genoemd – heeft twee loodzware jaren achter de rug. Deze klassieke schepen vergen veel onderhoud en hebben in normale tijden maar schamele winstmarges. Door corona zijn veel schippers in de schulden beland en zijn er schepen verkocht als woonboot. Nu wordt er wederom gezeild maar het is de vraag voor hoe lang.

“We varen weer en de zon schijnt,” vertelt Duitse schipper Sven Timmann (52) vanaf zijn 114-jarige klipper Ambiance. Dus het gaat goed, zegt hij, maar zeker is het voortbestaan van zijn onderneming niet. Door investeringen die de komende jaren gemaakt moeten worden wegens verduurzaming, zal het een strijd blijven om het hoofd boven water te houden. Tijdens corona heeft hij in een jaar tijd maar twintig procent van zijn omzet kunnen draaien.

Sven vaart zowel dagtochten als meerdaagse tochten vooral groepen schoolkinderen uit Duitsland. De pandemie zorgde ervoor dat hij verdere leningen moest afleggen en uitstel van afbetaling kreeg. Door de steun vanuit de overheid is het net gelukt om door te kunnen gaan met zijn bedrijf, “maar als er nog een keer een anderhalve-meterregel komt is het funest,” aldus de schipper.

Aankloppen bij Tweede Kamer
De BBZ, Vereniging voor Beroepschartervaart, beaamt deze moeilijkheden. Directeur van de organisatie, Paul van Ommen, zegt, “De vloot begint nu weer keihard met varen maar de inkomsten zijn nog mager. Veel van de groepen die nu aan boord zitten hadden twee jaar geleden reeds betaald. Dat geld is al honderd keer uitgegeven.”

Lees het gehele artikel op de bron: Zeilen

Afbeelding: de Ambiance zeilt weer, maar voor hoe lang nog? Beeld: © Sven Timmann

BBZ
EOC