‘IJsselmeergebied. De Gastvrije Voortuin in 2050′

In het kader van het project IJsselmeer 2050 vindt een recreatiestudie plaats. Recent verscheen een tussenrapportage met de titel ‘IJsselmeergebied. De Gastvrije Voortuin’. De nota bevat voornamelijk een opsomming van wensbeelden: hoe zou het gebied er in 2050 uit moeten zien om optimaal als recreatiegebied voor stedeling en toerist te kunnen functioneren? Er zijn dus vooral uitgangspunten geformuleerd, geen concrete projecten en mogelijkheden. De uitgangspunten zijn geclusterd rond vijf thema’s: water, landschap, natuur, cultuurhistorie en ingenieurswerken.
In de recente ‘IJsselmeerberichten’ schreef Frans de Nooij een artikel hierover.

Het metropolitaan landschap
Allereerst het IJmeer en de omgeving Almere. Het rapport stelt dat ‘een belangrijk deel van de nieuwe waarden voor het IJsselmeergebied ontstaan in het metropolitane landschap van Amsterdam en Almere.

Samenhangend met de toenemende verstedelijking en het zich vormende stadslandschap ontstaat hier een relatief intensieve recreatiezone vermengd en afgewisseld met woon- en werkgebieden. Hier krijgen nieuwe vormen van recreatie een kans. Een zone met hoogwaardige nieuwe vrijetijds voorzieningen met een aantrekkingskracht voor de metropoolbewoners en bezoekers. De bewoners van deze regio zijn zeer divers van leefstijlen en recreatievoorkeuren. Het is nog moeilijk aan te geven wat dit gaat betekenen voor de recreatie aan de waterkant en op het water.’ Dit is een gebied waar de IJsselmeervereniging de voorstellen voor oeverrecreatie en watersport goed in de gaten moet houden. Zeker gezien de grote verstedelijkingsopgave die hier ligt. Wordt het werkelijk een aantrekkelijk hoogwaardig gebied? Of wordt het onder de voet gelopen door planners en ontwikkelaars en uiteindelijk verrommeld?

Eilandplannen
Heel apart is ook de visie op de te ontwikkelen natuurgebieden.
De onderzoekers stellen: ‘Natuurgebieden dragen bij aan de biodiversiteit en zijn een belangrijk bezoekdoel. Nieuwe natuurgebieden worden aangelegd met als voorwaarde dat deze ook voor recreatief medegebruik worden benut. De eilanden zijn voor diverse functiecombinaties aangelegd en als nieuwe vaarbestemming. Ze zijn zo gesitueerd dat zij minimaal afbreuk doen aan het areaal bevaarbaar water. De sterk verbeterde biodiversiteit en gezonde visstand maakt dat ook sportvisserij zijn plaats heeft in het gebied. De natuurlijk ingerichte oevers vormen een walhalla voor sportvissers.’

Het idee voor deze eilanden komt geheel uit de lucht vallen; ze zijn gedacht bij de Oostvaardersplassen, bij Waterland en bij de Wieringerwaard, zoals te zien op de Waardenkaart. Het ‘eilandenidee’ komt voort uit de volgende filosofie: ‘De ondiepe luwe randen in het IJsselmeergebied (die ontwikkeld worden om de natuur een boost te geven) zijn geschikt voor kleine watersport. Denk hierbij aan fluisterboten, sloepen, kanoën, roeien en mogelijk nieuwe vormen van watersport. Op een slimme manier kan hier gebruik worden gemaakt van natuurontwikkeling en klimaatadaptatie.’

Kleine watersport
Aandacht vragen voor de mogelijkheden voor recreatie in de te ontwikkelen (PAGW, Programmatische Aanpak Grote Wateren) kustzones is terecht. Tot nu toe is dat alleen het geval bij de Oostvaardersoevers. Maar duidelijk moet zijn dat het hier primair om herstel van natuurwaarden gaat en dat het maar zeer de vraag is of sportvissers en kleine watersport in deze gebieden zijn in te passen. Nog veel groter zijn de twijfels over het gemak waarmee met eilanden wordt gestrooid. De motivering daarvoor zal toch echt veel sterker moeten worden willen we er serieus over praten.
Voor de IJsselmeervereniging is deze zienswijze volstrekt onaanvaardbaar, tenzij kan worden aangetoond dat eilanden voor het natuurherstel essentieel zijn. Maar daar ziet het, gelet op de ideeënontwikkeling voor deze onderwatergebieden, volstrekt niet naar uit.

Lees het gehele artikel op de bron: IJsselmeerberichten pag 20/21

BBZ
EOC