Kok op tweemastklipper Wilhelmina

Over sterren wordt niet gesproken. Harriët Stalman praat sowieso niet heel veel als ik een kijkje in de keuken neem. Ze werkt stug door, volgens vooropgezet plan. Ingrediënten zijn ingekocht, nu nog de rest, de uitvoering. Bewerkingen worden in hoog tempo uitgevoerd. Behendig beweegt haar hand het grote mes op en neer, op en neer. Op het fornuis achter haar staan twee pannen op het vuur, geen kleintjes. Af en toe draait ze zich om, even roeren. De pot schaft soep in twee smaken. Broccoli soep is voor de lunch, pompoensoep wordt een tussengang; een opmaat naar de bereiding van het diner. Gelukkig staat

er een mooi windje in de rug. We varen voor het lapje en de oude dame uit 1893 beweegt zich rustig door het water. Terwijl zij benedendeks aan het werk is, zijn boven haar hoofd de hens aan dek. Als schipper van tweemastklipper Wilhelmina kent Harriët het klappen van de zweep. Bij het zeilen met zo’n historisch schip van “de bruine vloot” komt veel kijken. Een overstagmanoevre alleen al, puur teamwork. Vele handen maken het werken licht. De bovendekse bewegingen klinken tot benedendeks door.

Met elkaar aan tafel gaan is er als je met dit schip zeilt echt niet bij. Ieder bemanningslid kan het goede moment kiezen om zijn natje en droogje te halen en de keuken speelt daarop in. Harriët weet van improviseren.

Lees het gehele artikel van Ciska van Geer op de bron: Columbus Magazine

BBZ
EOC