Starters en replica’s zijn noodzakelijk voor traditionele vloot

Startende ondernemers en nieuwbouw schepen zijn van levensbelang voor de chartervaart. De aanvullende subsidieregeling voor de bruine vloot helpt de grootste groep van de ondernemers in de zeilvaart, maar deze twee belangrijke groepen kunnen er geen aanspraak op maken. De BBZ (de vereniging voor de beroepschartervaart) hoopt dat de regering de aanvullende regeling toch open zet voor deze groep van 20 tot 30 ondernemers.

De aanvullende subsidie van de overheid lijkt voor het grootste deel van de vloot een belangrijke steun te zijn en helpt om de hoge vaste lasten van traditionele schepen te kunnen betalen. De inkomsten zijn weggevallen, maar het onderhoud gaat door. Afgaande op de nu bekende informatie, zijn de ondernemers positief over de regeling. Tegelijkertijd maken de schippers die in aanmerking komen voor de hulp zich zorgen om de collega’s die er níet voor in aanmerking komen.

Startende ondernemers
Ondernemers die nog vóór de start van Corona een schip en daarmee een bedrijf overnamen, dachten in 2020 een vliegende start te kunnen maken met grote evenementen als Sail Amsterdam in de agenda. Er zou direct begonnen kunnen worden met de afbetaling. Maar de steunmaatregelen zoals de TVL, het meest substantiële hulpmiddel van de overheid, waren niet toegankelijk voor starters omdat zij niet duidelijk konden maken hoeveel ze zouden verdienen in een ‘normaal ‘ jaar. Volgens Staatssecretaris Keijzer kan er wel een vergelijking worden gemaakt met de verdiensten van de vorige eigenaar van het schip, maar alleen als elke afzonderlijk geval goed door accountants uitgepluisd kan worden. Wat de BBZ betreft is dat dan ook precies wat er moet gebeuren. Een andere methode zou kunnen zijn om het businessplan als uitgangspunt te nemen, het plan op basis waarvan de aankooplening van het schip is gebaseerd.

Nagebouwde historische schepen
Replica’s, nagebouwde historische schepen, zijn van groot belang voor de sector. Vaak zijn voor de bouw oude bouwtekeningen gebruikt om mensen kennis te laten maken met het zeilen van grote traditionele schepen. Zij vormen een wezenlijk onderdeel van de vloot. Dezelfde kennis is nodig om de schepen te kunnen varen, de opleidingen zijn gelijk en de kennis om de schepen te onderhouden is ook hetzelfde, een gelijk beroep wordt gedaan op zeilmakers, mastenmakers en tuigers. Er is voldoende kennis in de sector om goed te kunnen beoordelen welke schepen er binnen de geest van de aanvullende steunregeling vallen en net als bij de ‘verkeerde’ SBI codes, zou een case by case beoordeling toegepast moeten worden.