Steun aan historische vloot laat te lang op zich wachten

‘Het gevoel van urgentie wordt totaal gemist’, met die woorden begint het persbericht dat te vinden is op de website van de Vereniging voor Beroepschartervaart (BBZ). In september 2020 is besloten om de noodlijdende historische vloot extra te helpen, maar volgens de branchevereniging strookt de snelheid waarmee die hulp tot stand komt niet. Het geld moet nú worden ingezet en niet pas als het te laat is.

Op woensdag 17 februari heeft Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer op de vragen van Tweede Kamerleden geantwoord. Ook heeft de Staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer de ernst van de situatie binnen de vloot beschreven.

De nood is hoog
De verwachting is dat de aanvullende hulp eind juni mogelijk beschikbaar komt. Dat is negen maanden na het besluit om de vloot met € 15 miljoen te ondersteunen en meer dan een jaar nadat de schepen door het coronavirus stil kwamen te liggen. De reserves van schippers zijn elke dag kleiner geworden. Er gaat meer geld uit, dan dat er aan inkomsten binnenkomt en elke dag wordt de schuldenlast groter. Op het moment dat het virus ging regeren, gleden de schepen net van de hellingen af voor het gedane winteronderhoud. De rekeningen waren betaald, vaak ook met het aanbetalingsgeld voor nog uit te voeren vaarten. Juist op dat moment, toen de reserves het minste waren, werden de schepen stilgelegd en begonnen klanten hun geld terug te eisen. Geld dat er dus in veel gevallen niet meer was. Tochten werden niet terugbetaald maar doorgeschoven naar 2021, maar daarvan worden nu de betalingen teruggevraagd.

Lees het gehele artikel op de bron: Zeilen

Foto: charterschepen tijdens de manifestatie bij Pampus, foto: wouter van Dusseldorp

BBZ
EOC