Mona Keijzer antwoordt op vragen uit Tweede Kamer: extra steun niet eerder dan eind juni

Op 17 februari heeft Staatssecretaris Mona Keijzer geantwoord op de vragen van Tweede Kamerleden de Vries, Aartsen en El Yassin. Daarnaast stuurde ze de kamer een uitgebreide brief waarin ze op de problematiek van de chartervaart inging. Bottomline is dat de extra maatregelen niet eerder dan eind van het tweede kwartaal gerealiseerd kunnen worden, en dat er eind maart meer bekend zal worden over de regeling.

In een uitgebreide inleiding geeft ze aan dat de generieke maatregelen ook voor de Bruine Vloot gelden, maar dat deze Tegemoetkoming in de Vaste Lasten onvoldoende is om de schepen te behouden. Zo komt ze uiteindelijk bij de ‘Corona maatregelen Bruine Vloot’, de voor de meest schippers de belangrijkste informatie:

Coronaregeling bruine vloot

Gezien de wens om de historische zeilvaart door de crisis te helpen, is extra steun toegezegd aan de bruine vloot. Het niet kunnen uitvoeren van noodzakelijke herstel- en onderhoudswerkzaamheden kan er voor zorgen dat deze schepen uit de vaart moeten worden genomen. Onderhoud en herstel zijn een voorwaarde voor het veilig kunnen varen en het verkrijgen van certificaten. Deze zijn noodzakelijk om dag- en meerdaagse tochten te kunnen aanbieden aan passagiers. Het binnenvaartdeel van de bruine vloot maakt veelal gebruik van een certificaat dat door een overgangsbepaling minder strenge eisen stelt aan het schip. Het laten verlopen van deze certificaten is vanwege de grote investeringen die dan aan zo’n schip moeten worden gedaan geen optie.

Daarom is het noodzakelijk om naast de generieke regelingen ook (een deel van) de eerder aangekondigde € 15 miljoen in te zetten.

Om de noodzakelijke kosten voor het voortbestaan te dekken werkt mijn ministerie in overleg met het ministerie van OCW aan een aanvullende regeling. Aan deze regeling wordt nog gewerkt; wel deel ik graag de lijnen waarlangs wordt gewerkt:

  • De regeling zal zich richten op zeilschepen, met een historisch/traditioneel uiterlijk, die bedrijfsmatig worden geëxploiteerd ten behoeve van kleinschalige passagiersvaart (chartervaart).
  • We denken daarbij in ieder geval aan ondernemers geregistreerd onder SBI-code 5010 of 5030. Het zal daarbij in ieder geval gaan om zeilschepen met een historische/traditionele (uitziende) romp/zeilen, die een minimale jaaromzet hebben, een maximaal aantal passagiers vervoeren en een minimaal aantal vaardagen hebben. Deze en eventuele verdere afbakening zal in overleg met beoogd uitvoerder RVO.nl vorm krijgen.
  • De regeling zal de kosten subsidiëren die samenhangen met de exploitatie en het onderhoud van deze schepen. Het gaat daarbij om unieke exploitatiekosten die worden gemaakt door deze schippers en niet ook al door de TVL- of NOW-regeling worden gedekt. De praktische uitvoering hiervan zal met beoogd uitvoerder RVO.nl nader worden afgestemd.
  • De regeling zal worden gericht op kosten die door schippers gemaakt worden om in 2021 te kunnen varen met deze schepen.

Uiteraard moet deze regeling vallen binnen de reikwijdte van het Europese staatssteunkader, waarbij gekeken wordt naar de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV), de vrijstellingsverordening voor onder meer cultuur.

Ik begrijp de roep van uw Kamer en de wens van ondernemers om deze regeling op korte termijn beschikbaar te hebben, maar naar alle waarschijnlijkheid zal het hier gaan om een regeling die een maatwerkbeoordeling vergt. Dit vraagt zowel bij het opstellen als bij de uitvoering van de regeling een zorgvuldig traject, zodat het geld bij de juiste ondernemer terechtkomt. Door de recente uitbreidingen is ons inziens ook al veel steun voor deze sector beschikbaar zodat de ergste nood eraf is. De komende periode zal er samen met beoogd uitvoerder RVO.nl nader worden onderzocht hoe en op welke termijn de regeling kan worden uitgevoerd. De verwachting is daarbij dat het niet realistisch is dat de regeling eerder dan het eind van het tweede kwartaal van 2021 zal worden uitgevoerd. We verwachten eind maart meer duidelijkheid te hebben over de nadere inrichting van de regeling.

De Staatssecretaris gaat in haar brief ook in op ondernemeingen die een foutieve SBI-code hebben: Naar aanleiding van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) wordt het voor ondernemers mogelijk TVL te krijgen op basis van hun feitelijke hoofdactiviteit op 15 maart 2020. Tevens geeft ze aan dat ondernemers die na 30september 2019 zijn gestart ook de mogelijkheid krijgen voor ondersteuning.

Lees hier de antwoorden op de Tweede Kamervragen

Of lees hier de uitgebreide brief van de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer

EOC
BBZ