Waar blijven de duizenden zeehondenpups in de Waddenzee?

Ondanks dat het aantal zeehondenpups in de internationale Waddenzee de afgelopen acht jaar jaarlijks bijna 10.000 telt, draagt dit amper bij aan de groei van het totale aantal gewone zeehonden in de Waddenzee. Waar blijven die duizenden pups gebleven?

Onderzoekers van Wageningen University & Research hebben dit jaar 7661 gewone zeehonden geteld in het Nederlandse deel van de Waddenzee. Dat is een stijging van 4% ten opzichte van het jaar daarvoor. Daarnaast werden in Nederland 2.542 pups geteld. In totaal werden er 9.954 pups in de internationale Waddenzee geteld. De huidige populatie gewone zeehonden wordt nu geschat op 41.700. In eerste instantie lijkt het mooi nieuws.

Er valt al een aantal jaar iets op tijdens de tellingen. Collega’s van Brasseur tellen de zeehonden al sinds de jaren zestig en er heeft al die tijd continu een flinke groei plaatsgevonden. Nu zien ze de pups van het jaar ervoor niet meer terug. Brasseur: „Tot zo’n tien jaar geleden steeg de populatie gewone zeehonden jaarlijks met 9%, maar pakweg 2012 is daar een omkeer in gekomen. Met een groei van nog maar 1% is de stijging van het aantal gewone zeehonden nagenoeg gestopt. Dat is vrij plotseling gebeurd.”

Internationaal
De gewone zeehonden en de pups worden internationaal tegelijkertijd geteld. Zo wordt de populatie als een geheel gemonitord. Opmerkelijk dit jaar is dat in Denemarken en Nedersaksen de aantallen en pups af zijn genomen. Het valt op dat dit samenvalt met de vele windparken die er de afgelopen jaren zijn gebouwd aan de Noordzeekant van de Waddenzee. In Schleswig-Holstein (Duitsland) is er juist sprake van een toename. Al met al kan worden gesproken over een beperkte groei van zowel de pups als de gewone zeehonden.

Spannend
De grote vraag in dit verhaal is waar alle pups blijven naarmate ze opgroeien. Een antwoord daarop blijft volgens Brasseur voorlopig uit. „Ze gaan niet massaal dood in het Waddengebied, want we vinden ze niet terug. Ze migreren ook niet naar andere gebieden, want dan zou daar een grote stijging moeten plaatsvinden. Het zou te maken kunnen hebben met een gedragsverandering. Spenderen de dieren meer tijd op zee? En waarom dan zo plotseling? Zoeken ze voedsel? Als er wel veel pups doodgaan is dat een probleem. Vrouwtjes kunnen tot hun veertigste jongen krijgen. Als die op een gegeven moment ook doodgaan, gaat de populatie achteruit. We gaan ons de komende jaren met deze kwestie bezig houden, we kunnen dit feit nu alleen nog maar constateren.”

Lees het gehele artikel op de bron: NHD, alleen voor abonnees

BBZ
EOC