Berekening TVL regeling is op basis van Btw-aangifte

Het voorstel van de BBZ om naar de jaarrekening van 2019 te kijken in plaats van alleen het derde kwartaal is afgewezen. We zijn nu samen met een jurist een het onderzoeken op welke gronden we bezwaar aan kunnen tekenen.

Op dit moment is de richtlijn voor de Btw-wetgeving bepalend voor de TVL regeling (Tegemoetkoming Vaste Lasten). De factuurdatum is leidend, niet wanneer de reis wordt uitgevoerd. De gegevens uit de Btw-aangifte bepalen de omzet, ongeacht wanneer de reis wordt uitgevoerd.

Reizen in de chartervaart worden echter een jaar tot enkele maanden voor vertrek geboekt. De omzet die in de periode juni tot en met september 2020 wegvalt, is dus niet gelijk aan de Btw-aangifte van juni tot en met september. De boekingen die in deze periode in de agenda staan, kunnen al in het 1e kwartaal van 2020 of al in 2019 in de boeken staan. Hierdoor komt de berekening van de tegemoetkoming voor de vaste lasten veel lager uit dan wanneer gekeken wordt naar de omzet op het moment dat deze gerealiseerd wordt.

De schippers hebben deze tegemoetkoming hard nodig omdat er in de winter weer onderhouds- en keuringskosten aan komen om het schip in de vaart te houden. Zonder deze keuringen mogen de schepen niet varen. Normaal gesproken wordt het geld daarvoor in de zomermaanden verdiend, maar dat valt dit jaar zo goed als helemaal weg.

Heb je vragen? Mail naar pam@debbz.nl