Kwaliteit en beleving moeten voorop staan bij Waddentoerisme

Niet de schnitzels en de witte kuipstoeltjes moeten het Waddentoerisme in de toekomst bepalen, maar kwaliteit en de beleving van de toerist moeten voorop staan.

Dit stelden ondernemers uit de Waddenregio en hoogleraar toerisme Jan van der Borg tijdens een online symposium over duurzaam toerisme in het Waddengebied. „Het oude toeristische model van zon, zand en zee, massa en zo goedkoop mogelijk; daar moeten we vanaf. We moeten naar kleine aantallen, waarbij toeristen de tijd nemen voor dingen, zoals het groen en het blauw”, zegt de hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Veel bestemmingen hebben of krijgen te maken met overtoerisme, waarbij er meer bezoekers zijn dan het gebied aankan. „Tussen 2015 en 2030 zouden we, volgens de World Tourism Organization, een verdubbeling krijgen”, aldus Van der Borg. De uitdaging is om niet over het maximale aantal toeristen heen te schieten dat een gebied tegelijkertijd kan verwelkomen.

Blinde vlekken
Om daarop in te spelen, ziet de hoogleraar een paar blinde vlekken op de weg naar dit zogeheten duurzame toerisme. „Er wordt door ondernemers en bestuurders nog te weinig gekeken naar de kwaliteit en beleving van bezoekers. Mensen zijn steeds vaker op zoek naar unieke ervaringen. Denk niet aan mensen die meer poen uitgeven, maar ook dat bezoekers zich kunnen inleven in de omgeving; dat ze de tijd nemen om het Waddenzeegebied te begrijpen”, aldus Van der Borg.

Daarnaast is er nog weinig kennis over de gasten die een bezoek aan het Waddengebied brengen. Van der Borg: „Meten is weten. Zoveel elementen uit bezoekersgedrag zijn onbekend. Wat doen toeristen, wat juist niet en hoe lang blijven ze? En daarbij is het bevragen van bewoners van het gebied, over hoe zij zien dat toerisme zich ontwikkelt, het belangrijkste. Zij moeten een zo fijn mogelijk leven kunnen leiden.”

Lees het gehele artikel op de bron: LC