Harmoniseren of niet harmoniseren?

Tijdens een COSS (Committee on Safe Seas) overleg van de Europese Unie, presenteerde klassebureau DNV/GL haar onderzoek naar de certificering van zeilschepen op zee. Harry Muter en Paul van Ommen waren aanwezig bij de presentatie en namen deel aan de discussie. Om kort te gaan: de kans op harmonisering is heel erg klein geworden. De afgevaardigde van de Europese Commissie vatte de discussie als volgt samen: “Ik zie het niet gebeuren. Eindeloze uiteenzettingen over traditioneel of niet-traditioneel, commercieel of niet-commercieel, trainee of passagier en dat alles voor een handjevol schepen.”  

Het is waar, de opvattingen liepen nogal uiteen en veel oude stokpaardjes werden bereden. Denemarken nam zoals gebruikelijk een geisoleerde positie in. Maar de reden om geen werk te maken van harmonisering klopte eigenlijk niet. Er was weliswaar maar een ‘handjevol’ schepen dat gereageerd had op de enquetevragen van DNV/GL, maar dat komt omdat de vragen zo gesteld waren dat veel Lidstaten konden doen alsof het hen niet aanging. Zo leverde de vraag: “Heeft u zeilende passagierschepen” geen reactie op van bijvoorbeeld Duitsland omdat zij die term niet kennen. In Duitsland heet het schip dat precies hetzelfde doet als het Nederlandse zusterschip niet een zeilend passagiersschip, maar een Traditionsschiff. De Polen, Spanjaarden, Portugezen, Grieken, Fransen, Zweden en alle andere Lidstaten reageerden niet en zo kon de Commissie geloven dat er geen schepen zijn.  

Voorlopig gaan we dus op de oude voet verder en dat is prima. Na de jaarwisseling verwachten wij de eerste voorstellen voor de herziene Witte Rules en een reactie op eisen voor zeegaande jachten.