Lucratief zeilcharteren, het kán

Varen met betalende passagiers, daar had hij wel ervaring mee. Toch dacht Remco Voorneveld niet per se aan charteren toen hij de kleine tweemastklipper Lea kocht. Het schip lag als woonschip in Kampen en was verwaarloosd. Jaren ervoor was het als Jacoba vanuit Hoorn als charterschip in de vaart geweest, maar interieur en techniek waren verouderd en de eigenaar had zijn interesses verlegd.

Voorneveld kende de schepenwereld wel. Hij had met allerlei bootjes gezeild, tot skûtsjes in de IFKS-wedstrijden aan toe, en was begonnen met sloepenverhuur in Amsterdam. Koninginnedag werd een jaarlijkse klapper; hij had zelf vijf sloepen en huurde er dan nog 10 bij om aan de vraag te voldoen. Van de omzet kocht hij zijn eerste schip, een tjalkje van 13 meter, waarop hij wilde wonen en zeilen. Het scheepje was slecht, het kostte hem twee jaar om het samen met vrienden te restaureren, maar hij zag het als een ‘ouwedagbootje’, dus nam hij de tijd. Hij doopte haar Het Leven en verhuurde het scheepje voor de lol aan klanten uit zijn netwerk. Zonder moeite haalde hij er zo 30 dagen omzet per seizoen uit. Voor meer was het te klein. En Voorneveld keek al snel uit naar iets groters, opnieuw als ouwedagbootje. Hij verkocht een paar sloepen, leende nog een bedragje van de bank en kocht de Lea.

Lees het uitgebreide artikel van Peter Fokkens in de papieren of digitale Schuttevaer, alleen voor Schuttevaer-abonnees

Foto: Voorneveld zocht een onderscheidend concept en koos voor een modern en open interieur, foto: Loungeklipper

EOC
BBZ