BBZ jaarvergadering in teken van duurzaamheid

De jaarlijkse Algemene Leden Vergadering van de BBZ in Enkhuizen stond grotendeels in het teken van duurzaamheid. Schonere brandstoffen en het vuilwater lozingsverbod kwamen aan bod. De vergadering was met zo’n 50 bezoekers redelijk bezocht.

Algemeen lozingsverbod in 2030
In 2030 komt de EU met een algemeen lozingsverbod voor de binnenwateren. De schepen van de chartervaart zullen aan de vuilwatertank moeten, en de havens welke dergelijke schepen een ligplaats bieden zullen een voorziening moeten hebben om het vuilwater in te nemen. De technische eisen voor de grootte van de vuilwatertank, de aansluiting en de inname-voorziening zijn nog niet bekend. Wel zijn de eerste schippers zich aan het oriënteren op systemen om het water aan boord te zuiveren. Nu zijn deze echter nog erg groot en kostbaar.

De BBZ wil de onderzoeken welke in 2009 zijn gedaan rond vuilwater opnieuw gaan bestuderen. De pilot met ontvangstinstallaties in Enkhuizen en Lelystad is afgerond en daar zijn conclusies uit gekomen. De verwachting is dat resultaten van een lozingsverbod voor de chartervaart niet groot zullen zijn voor het milieu, terwijl de financiële belasting voor de ondernemers erg groot is. De inzet van de BBZ is met name gericht op stevige hulp van de overheid. Dus dat voorziengen in de havens op peil zijn en dat er subsidie komt voor ombouw etc.

Ook voor de zeevaart lijkt er in 2021 een vuilwaterzuiveringsinstallatie nodig te zijn voor de vaart op de Oostzee. Hoewel zeilschepen volgens de letter van de wet hieraan niet hoeven te voldoen lijkt het of de buitenlandse instanties daar geen rekening mee gaan houden. Opnieuw lijkt de status aparte van de Nederlandse zeilschepen in het buitenland niet duidelijk.

Duurzame brandstoffen
Een ander punt van duurzaamheid betrof de brandstof. Alle schepen varen op diesel, en er staan vaak oudere motoren in. Hoewel er vooral gezeild wordt is de vervuiling van oa fijnstof zeker een punt om naar te kijken. Dat deed Willem Heemskerk van fa de Groot uit Stavoren op een heldere wijze. Hij beschreef de problemen met schimmels die de laatste jaren meer voorkomen door de toevoeging van biodiesel aan de standaard diesel. Hierbij zakt de biodiesel, die water opneemt, naar beneden zodat schimmels hier tot ontwikkeling kunnen komen. Daarnaast vertelde hij over duurzamere brandstoffen als GTL en HVO (biobrandstof).

GTL
GTL staat voor Gas to Liquid. Aardgas wordt omgezet in een olie welke direct gebruikt kan worden in bestaande dieselmotoren. De hoeveelheid roet en fijnstof neemt daardoor sterk af, de motoren vertonen een veel betere verbranding en ook wat meer vermogen. Het risico van schimmels neemt bij gebruik van GTL ook enorm af. GTL wordt steeds meer beschikbaar bij bunkerstations en kan gewoon gemengd worden met diesel, hoewel het eigenlijk een vervanging is van de traditionele diesel. De CO2 uitstoot blijft gelijk, bij GTL of bij diesel, het kost ca 4 cent per liter meer dan gewone diesel.

HVO
Een andere optie is het gebruik van biobrandstoffen. Voor de chartervaart is Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) een goede keuze, omdat de motoren niet aangepast hoeven te worden. HVO wordt vaak als percentage van het totaal bijgevoegd om met name de CO2 reductie te realiseren. Meng je bijvoorbeeld 30 % HVO met diesel dan gaat de CO2 uitstoot al met 27 % naar beneden. Bij 100 procent HVO is een CO2 winst van 89 % mogelijk. HVO wordt gemaakt van natuurlijke bronnen, welke niet concurreren met voedselproductie. Voorbeelden zijn onder meer landbouwafval, mest, frituurvetten, stengels van tomatenplanten en houtsnippers. Maar ook algen welke op duurzame wijze worden gekweekt kunnen worden omgezet in biobrandstof. De prijs ligt ca 15 cent hoger dan diesel. De beschikbaarheid is nog gering, en het bijmengen lijkt vooral nog een probleem, maar daar wordt aan gewerkt.

Opleiding deksman
Een ander onderwerp op de vergadering is de opleiding die de deksman zou moeten krijgen. Volgens Europese plannen zou dit een theoretische opleiding op school moeten zijn, maar de BBZ en het ministerie neigen naar een meer praktische opleiding, zo mogelijk aan boord van de schepen zelf. Wanneer het schip een leerwerkbedrijf wordt en er bv met een aftekenmap wordt onderwezen zou dit een mogelijkheid kunnen zijn, wanneer de leerling drie dagen wordt opgeleid terwijl hij meevaart boven de verplichte bemanning (boventallig). De BBZ maakt zich hier sterk voor.

Afname Zeeschepen, wat kan de BBZ daaraan doen
In de voorafgaande zeeschepenvergadering vroeg de BBZ de aanwezigen wat zij kon bijdragen aan de afname van het aantal Nederlandse zeeschepen. De BBZ had een SWOT analyse gemaakt van de zeeschepen-branche. Er zijn vele redenen voor de afname te noemen, maar druk door regelgeving is er één van. In de zeevaart worden overigens steeds betere resultaten behaald, oa door verlenging van het vaarseizoen of de ontwikkeling van speciale producten/reizen.

Uiteindelijk advies aan de BBZ was op stap te gaan met trots op de status aparte die de Nederlandse zeeschepen hebben te benadrukken en te beschermen. Deze schepen mogen op zee met meer dan 12 personen varen, hebben een eigen keuringsinstantie, een eigen opleiding instituut en hebben hiermee een bijzonder positie in de zeilvaart op zee. Nu nog zien weer nieuwe ondernemers naar deze goed verdienende branche te krijgen.

Afbeelding omslag: Pam Wennekes, BBZ

BBZ
EOC