Vuilwater lozingsverbod over tien jaar

Bestaande passagiersschepen met 12 tot 50 passagiers zullen vervroegd een vuilwatertank moeten hebben. De verplichting stond voor 2045 maar zal hoogstwaarschijnlijk naar 2030 gaan, 15 jaar eerder. Het CESNI commitee, dat afgelopen dinsdag over dit onderwerp vergaderde in Straatsburg, wil eerst een impact assesment uitvoeren en zal dan hoogstwaarschijnlijk overgaan tot aanpassing van de datum. CESNI wil de datum in lijn brengen met het voorstel van het CDNI (verdragstaten die afspraken hebben gemaakt over afvalstoffen in de binnenvaart) om het lozingsverbod van afvalwater per 2030 ook te laten gelden voor deze categorie schepen.

Dus, kort samengevat, CDNI wil dat er vanaf 2030 niet meer op het oppervlaktewater wordt geloosd en CESNI wil verpichten dat ook bestaande schepen tegen die tijd een opvangtank hebben. CDNI verplicht dat ook de verdragstaten opvanginstallaties aanleggen voor schepen.

Paul van Ommen was namens European Maritime Heritage (EMH), toehoorder bij de CESNI vergaderingen, aanwezig in Straatsburg en probeerde begrip te krijgen voor de positie van de kleine pasagiersvaart.

“De overgangstermijn voor het hebben van een tank in 2045 heeft te maken met de impact van de maatregel voor kleine schepen. Die stond niet voor niets ver weg. Tegelijkertijd zien we dat de maatschappelijke druk toeneemt en dat kennelijk vrijwel alle delegaties zijn voor aanpassing van de technische eisen. De Franse delegatie wees op het belang van ontvangstinstallaties aan de wal en de noodzaak van een speurtocht naar bruikbare  zuiveringsinstallaties aan boord. Dat onderschrijven wij. De overheid zal ook aan de slag moeten. De schepen kunnen dit niet doen zonder een meewerkende overheid.”