Zeilgroepen steeds moeilijker bij elkaar te krijgen

Paul Bakker is sinds zijn 24ste schipper-eigenaar van de chartertjalk Balder en kon er altijd goed van rond komen. Maar na een slecht seizoen en andere tegenslag denkt hij aan bijklussen in de binnenvaart. Gelukkig heeft hij een Groot Vaarbewijs.

Paul Bakker (1973) komt uit Gauw, een dorpje bij Sneek. “Ik heb van jongs af aan op het water gespeeld, het was mijn droom om te gaan varen.” Hij deed de LTS Metaal en leek voorbestemd voor een leven in een machinefabriek of bij een smid als hij niet op zijn negentiende maat was geworden op de tweemastklipper Gulden Belofte van zijn oom Tjeerd Bakker. “Het beviel me direct goed, lekker zeilen.” Na drie jaar als maat haalde Paul zijn Groot Vaarbewijs via de avondopleiding in Harlingen. Op zijn 22ste werd hij zetschipper op de Balder, die toen nog van Gosse Adema en Hilly de Koe was. Op zijn 24ste kocht hij het schip.

De tjalk Balder werd in 1899 als de Goede Verwachting bij scheepswerf de Goede in Zwartsluis gebouwd voor 2650 gulden. In 1951 kreeg het schip een zijschroef , aangedreven door een 20 pk Humboldt-Deutz. Hiermee liep zij in geladen toestand 6 km per uur. In 1978 werd de Goede Verwachting voor de zeilende chartervaart omgebouwd door Jouke en Cecilia Osinga, die er vooral op de Waddenzee, maar ook door Denemarken mee voeren. In 1990 kreeg het schip van Gosse Adenma en Hilly de Koe de naam Balder.

Lees het gehele artikel op de bron: Scheepvaartkrant



EOC
BBZ