Olaf Busser combineert charterrederij met werk als monteur

Hard werken, dat karakteriseert het leven van charterschipper Olaf Busser. Een leven waaraan verdriet niet vreemd was.

Twaalf was Olaf Busser (1969) toen hij begon met maten op charterschepen uit zijn toenmalige woonplaats Kampen, met name op de klipper Quo Vadis van Wim de Ruiter. Zeilen deed Olaf al van kleins af aan. Met zijn jongere broer Harold had hij een 16 kwadraat waarmee ze bijna het hele haar op de wateren rond Kampen voeren. En met hun ouders voeren ze op een hoogaars van 9 meter, waarmee de Oostzee werd bereikt. Toch dacht hij er niet aan van het zeilen zijn beroep te maken. “Varen was voor mij een hobby”, zegt hij.

Hij deed de mts en kwam in de techniek te werken als lasser, bankwerker en installateur in de voedingsmiddelen industrie. Op zijn 21e kreeg hij een zwaar ongeluk: hij viel in een 2,5 meter diepe put en was ‘een jaar bezig eruit te komen’. Ook liep zijn relatie op de klippen en hij besloot een jaartje uit te waaien als maat op de tjalk Linquenda van Willem Scharlo.

Zetschipper
Na dat jaar bedacht hij dat hij ook maar moest gaan schipperen en werd zetschipper op de tjalk Nieuwe Zorg. In 1993 werd hij door eigenaar Rob Kloppers gevraagd zetschipper op diens klipper Hester te worden. Dat deed hij twee jaar en nog steeds dacht hij geen moment aan een eigen schip.

Lees het gehele artikel van Heere Heeresma jr. op de bron: Scheepvaartkrant pag 15

Foto: Heere Heeresma jr.

EOC
BBZ