Rechtbank spreekt schipper van Amicitia vrij

Vandaag heeft de rechtbank de schipper van de Amicitia vrij gesproken. Hem was schuld ten laste gelegd aan het ongeval waarbij drie gasten om het leven kwamen. De rechtbank spreekt de verdachte vrij.

Op 21 augustus 2016 is er bij Harlingen een ernstig ongeval gebeurd aan boord van een klipper die aan het varen was met Duitse gasten. De voorste mast brak af en viel op drie opvarenden die op het dek waren. Zij zijn alle drie kort daarna overleden aan schedel- en/of hersenletsel.

Onderzoek door TNO heeft uitgewezen dat de mast achter de gaffelplaat vanuit de kern was gaan rotten. In twee tot vier jaar tijd was de mast zo aangetast dat hij bij normale belasting afbrak.

Het openbaar ministerie heeft de schipper en eigenaar van de klipper vervolgd voor dood door schuld. De officier van justitie is van mening dat verdachte had kunnen en moeten weten dat de mast in slechte staat verkeerde. Hij vorderde veroordeling van verdachte tot een werkstraf van 200 uren onvoorwaardelijk met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.

De rechtbank heeft op 30 november 2018 uitspraak gedaan. De rechtbank stelt vast dat verdachte wel het verwijt valt te maken dat hij zich onvoldoende heeft laten informeren over de staat van onderhoud van de mast en onvoldoende toezicht heeft gehouden op de verrichte werkzaamheden. Voorts heeft hij reparaties niet gemeld bij de keuringsinstantie. De rechtbank is echter van oordeel dat deze vaststelling op zichzelf onvoldoende is om verdachte te kunnen veroordelen voor dood door schuld. Ook als verdachte zich meer had laten informeren over de staat van onderhoud van de mast, hij meer toezicht had gehouden op de verrichte werkzaamheden en de reparaties had gemeld, had dit waarschijnlijk niet gemaakt dat de aantasting van het hout achter de gaffelplaat tijdig was onderkend. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij.

De rechtbank beseft dat de uitspraak teleurstellend zal zijn voor de nabestaanden. “Maar de ernst van de gevolgen mag niet meespelen bij de justitiële beoordeling van de schuldvraag”, aldus de rechtbank.

 

Lees deze uitspraak ook op de bron: Rechtspraak.nl

BBZ
EOC