Strontweek nu immaterieel erfgoed

Zondag werd in de havenkom van Workum de Strontweek officieel ingeschreven op de inventaris van Immaterieel Erfgoed Nederland. Het gaat hierbij om vier onderdelen van de Strontweek: het Liereliet, de Strontrace, de Beurtveer en de visserij. Ook initiatiefnemer Reid ondertekende de acceptatie, 45 jaar na de eerste strontweek..

Volgens Leo Adriaanse, hoofd van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN), is de immateriële lijst de tegenhanger van de Werelderfgoedlijst van Unesco. De Unesco-lijst betreft materieel erfgoed, meestal gebouwen, het immaterieel erfgoed betreft het ,,levend erfgoed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.’’

Immaterieel erfgoed wordt niet aangewezen, een aanvraag moet uit de gemeenschap zelf komen. Die moet een borgingsplan indienen om aan te geven hoe de traditie in de toekomst kan blijven voortbestaan. ,,Dat betekent niet dat er een stolp over gaat, dat door bescherming een volksfeest of andere traditie bevroren wordt, maar dat je het doorgeeft, met behoud van kernwaarden.”

Het is volgens Adriaanse de kunst om de mogelijkheid van innovatie te zien, om niet een gebeuren van toen te zijn, maar van straks. KIEN vindt dat immaterieel erfgoed veel meer in het onderwijs verweven moet worden.

Jeugdige interesse
Wie op de lijst wil, moet aantonen dat de jongere generatie meedoet en geïnteresseerd is. Daar heeft de nog ‘jonge’ traditie van het varen onder zeil, 45 jaar oud, geen probleem mee, zegt Eelke Boersma, secretaris van het organiserende Zeilvaartcollege. De jongste schipper is dit jaar een zeventienjarige vrouw.

Boersma ziet de inschrijving als een erkenning. Ondanks de steeds strengere veiligheidseisen waaraan de schepen moeten voldoen en de moderne apparatuur die daardoor verplicht wordt, hoopt Boersma dat het ambachtelijke deel altijd zijn plek blijft houden. ,,Varen op je kompas en navigeren met de sterren.’’

Foto: Thedo Fruithof

EOC
BBZ