Noodgrepen tegen zilt IJsselmeer

Het IJsselmeer verzilt door de droge zomer. Pompen bieden redding. Maar hoe werkt dat nou precies? Voorzitter Harold van Waveren van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling legt uit.

Het zout van de Zuiderzee zit in de ondergrond en lekt naar boven. Verder sluipt er oud zout uit de ondergrond van de polders en de landerijen langs de kust. Geen dijk is helemaal waterdicht. „Het sijpelt er langzaam onderdoor.” Zout wordt ook meegevoerd door de IJssel en de Rijn. En het sluipt binnen vanaf de Waddenzee tijdens het schutten van schepen en door de spuisluizen bij Den Oever en Kornwerderzand.

Rijkswaterstaat meet continu wat de zoutgehaltes zijn. Lopen die op, dan gaan de spuisluizen in de Afsluitdijk open en wordt het IJsselmeer even doorgespoeld. Deze zomer ontstond een probleem. „We konden niet spuien.”

Van Waveren noemt het IJsselmeer ‘onze nationale regenton’. Tijdens droogte voorziet het de zes noordelijke provincies van water. De watervraag deze zomer was groot en het IJsselmeer mocht niks verliezen aan de zee. Zes weken lang kon er niet worden gespuid. Zo hoopten de beetjes zout zich op. En zo naderden die een kritische grens.

Zout water is zwaarder dan zoet water. Achter de sluiscomplexen bij Den Oever en Kornwerderzand ligt een zoutvang; een enorme kuil van wel 10 of 12 meter diep. Als de sluizen opengaan, blijft het zoute water dat binnenkomt daar in hangen. Met een hevel, een soort rietje, wordt het bij laagwater weer teruggestuurd naar de Waddenzee.

Bij Den Oever en Kornwerderzand zijn nu grote pompen geplaatst. Sinds deze week pompen die bij wijze van noodmaatregel de volgelopen zoute waterbellen terug in de Waddenzee. Er wordt zuinig geschut. Schepen gaan in groepen door de sluis. De aanpalende waterschappen is gevraagd zo min mogelijk in het IJsselmeer te lozen.

Langzaam trekt het IJsselmeer wat bij. „We zien het zoutgehalte ietsje dalen.” Het niveau ligt nu op gemiddeld 135 milligram per liter. En: dankzij de regen mag er weer voorzichtig worden gespuid. Eén keer per dag gaan de sluizen in de Afsluitdijk wagenwijd open, zodat het IJsselmeer aan de noordkant goed wordt doorgespoeld. De tweede keer gaan de schuiven minder ver open. Dat heeft te maken met de vistrek die half september op gang komt. „Anders kunnen de vissen er niet tegenin zwemmen.”

Eigenlijk is er maar één ding dat écht helpt: een enorme watervloed die vanuit de Zwitserse regio via de Rijn en de IJssel het IJsselmeer bereikt. Dan kan het eindelijk eens goed worden doorgespoeld. Maar die watervloed, weet Van Waveren, is nog lang niet in zicht.

EOC
BBZ