MARIN onderzoekt windenergie voor scheepvaart

Onderzoeksinstituut MARIN begint een tweetal onderzoeksprojecten (zogeheten joint industry projects) die gericht zijn op het faciliteren van windenergie voor grote schepen, als onderdeel van de inspanningen om te komen tot CO2-reductie in de scheepvaart. Het eerste project, Wind-Assisted Ship Propulsion, wordt ondernomen in samenwerking met het American Bureau of Shipping (ABS), dat wereldwijd standaarden zet voor de scheepsbouw.

‘We willen proberen tot recommended practices te komen’, zegt projectleider Rogier Eggers van MARIN. ‘De voorspellingen in modellen, bijvoorbeeld van het rendement van windhulpvoortstuwing, moeten nauwkeuriger worden. Bovendien is de regelgeving voor schepen er niet op ingericht. Daar willen we iets aan gaan doen.’

Onzekerheid over regelgeving en de kosten en baten is een van de redenen waarom windenergie voor de (gedeeltelijke) aandrijving van grotere zeeschepen nauwelijks verder komt dan de tekentafel. In de loop van dit jaar komt wel een handvol schepen in de vaart dat gebruik maakt van Flettner-rotoren. Dit zijn grote, verticaal geplaatste motor-gedreven cilinders op schepen, die draaien om hun eigen as. Het zogenoemde magnuseffect zorgt er dan voor dat zijwaartse wind wordt omgezet in een voorwaartse stuwing van het schip. Er zijn op dit moment vier schepen volgens dit principe in de vaart, waaronder E-ship 1 van de Duitse windturbine­fabrikant Enercon. Volgens de eigenaar leiden de rotorzeilen tot een brandstofbesparing van 25 %.

Lees het gehele artikel op de bron: Technisch Weekblad

Foto: E-ship 1 met 4 Flettner rotors

EOC
BBZ